Blogs

Oordeel is niet voor ons bestemd.

Kort geleden was ik bij een conferentie van nationale leiders van de kerk waar ik bij hoor. Ik ben geen leider binnen die gemeente, en ik vraag me af waarom ik altijd een uitnodiging krijg. Maar vooruit, ik krijg ‘m en ik zal er ook gelijk bij vertellen dat ik erheen ben gegaan omdat mijn man een weekend weg was in een bijzonder roerige periode en ik geen zin had om alleen thuis te zijn. Niets heiligs aan dus, gewoon een ontsnappingspoging.

Ik zal er ook bij vertellen dat ik hoor bij het soort kerk waar er ruimte is voor de Geest. Ik heb er nog nooit een discussie over de gaven van de Geest gehoord zoals ik bij veel gemeentes heb meegemaakt. Hier zijn er geen theologisch strepen getrokken. Ze mogen er zijn en daar hou ik van.

Ga je naar een leidersconferentie, dan is dat aspect er gewoon ook. Hoewel, gewoon? Bij conferenties vraag ik me af of er sprake is van ‘gewoon’. Er lijkt altijd meer te zijn, geconcentreerde, intensieve, hogere verwachtingen. En deze conferentie was niet anders.

Ik weet niet, beste lezer,  of jij dit soort bijeenkomst ooit hebt zitten ‘ bekijken’; geloof me, het is een apart gezicht.  Een zaal vol mensen die “manifesteren” is beslist niet het mooiste gezicht. Dan neem je gekke dingen waar, rare bewegingen, mensen die heen en weer slingeren, op en neer springen, op de grond liggen, shaken, brullen, tevreden kijken in alle rust, kan ook….

Maar als je er met kou in je hart naar kijkt, kan het tot vervelende dingen leiden, lelijke dingen – zoals oordeel.  Ik ben te nuchter voor dit soort gebeurtenissen. Sterker nog, ik twijfel of het allemaal echt kan zijn.  Ik besloot in mijn hart dat ik hier helemaal klaar mee was, dat ik eigenlijk naar huis wilde en dat het idiote schouwspel voor mij niet weggelegd was.

Tijdens de eetpauze kwam ik tot de gelukkige ontdekking dat mijn driekoppig gezelschap er ongeveer net zo over dacht. Ieder met eigen nuance, maar toch. Wat een opluchting, ik hoefde ook geen beleefd geluiden te maken! De avondsessie moest nog beginnen maar wij wisten al wat wij er van vonden. Het was gewoon een kwestie van uitzitten tot we weg mochten. Verwachtingen hadden we niet.

Kun jij je voorstellen hoe haast schuldig ik me voelde toen ik me toch  aangesproken voelde tijdens de laatste sessie  … en hoe grappig wanneer ik met mijn twee compagnons, met schuldig blik naar elkaar, simultaan gingen staan…? En wat er vervolgens over me heen kwam was, ja hoor, dat dramatische schouwspel waar ik zo van walgde. Ik heb zeker 5 minuten, wellicht langer, staan schudden. Ik kon er niets aan doen. Ik heb geen idee wat er gezegd werd of wat ik dacht, mijn aandacht was opgeslokt door wat me lichamelijk overkwam.

Alsof dat niet genoeg was, ontfermden twee nogal profetisch begaafde wildvreemde dames zich over mij. Ik had ze geen woord verteld  maar ze hadden het over mijn heilige ontevredenheid, baden voor …zeer rake dingen. Ik was sprakeloos. En terecht.

Ik had mijn oordeel klaar, maar God zag me waar ik was. Ik heb er nog pijn van in mijn ribben, van al dat geshake. Het  herinnert mij  eraan dat God door de gekste dingen heen kan werken. Onze kromme stokken en allerlei manieren zijn Hem al lang bekend. Hij kiest ervoor om met ons samen te werken. Ik blijf me erover verwonderen!

 

 

Een blog variant:

Meditatie Psalm 131

Begin met een korte tijd van stilte voor Gods aangezicht. Lees Psalm 131 hardop, doe dat een aantal keer, met pauzes tussen elke lezing.

Voor persoonlijk reflectie:

  1. Welke dingen houden je bezig/nemen jouw gedachten in beslag? Welke dingen zou je God aan kunnen bieden in gebed om jezelf tot rust te brengen als een kind op de arm van zijn/haar moeder?
  2. Denk na over het beeld van een ’gespeend kind’. Wat zoekt zo’n klein kind bij zijn/haar moeder? Hoe spreekt dit beeld jou aan over de uitnodiging van God aan jouw ziel?
  3. Beschrijf de vrede of onrust in je eigen ziel door een beeld uit te zoeken dat bij jou past. Mijn ziel is als een … in mij.
  4. Beeld jezelf in als een klein kind, op schoot bij God. Voel de warmte van Zijn omhelzing; hoor het gefluister van Zijn stem die de eventuele turbulentie van jouw ziel tot stilte brengt; luister naar de zekerheid van de liefde van God en Zijn aanwezigheid voor jou. Wat is jouw reactie?
  5. Breng tijd door in het tot rust brengen en kalmeren van jou ziel, in stille gemeenschap met Degene die jou liefheeft en wie toegewijd is aan jouw ziel.

 

“Wat beperkt is zal verdwijnen” De Liefde niet.

Het effect van woorden van God ontvangen, is mijns inziens, nergens zo helder als in het verhaal van de Samaritaanse vrouw bij de bron (Joh 4).

Een vrouw die wellicht uit schaamte, het hele dorp ontwijkt, en water gaat halen in de hitte van de dag, ontmoet Jezus. Zijn discipelen waren haar zeker uit de weg gegaan. Ze was nota bene vrouw en Samaritaan. Maar Jezus, die nog veel meer over haar bleek te weten, ontweek haar niet. Hij gaat geen discussie met haar aan over haar gedrag. Hij noemt de ware situatie, haar ogen gingen waarschijnlijk wat wijder open staan door zijn kennis over haar, maar van Hem komt geen afwijzing. Tussen hen ontstaat een goed gesprek.Zie wat met deze vrouw vervolgens gebeurt! Niet afgewezen, maar gezien en gehoord, krijgt ze een behoorlijke dosis lef en gaat rechtstreeks naar de mensen in haar dorp toe om hen te vertellen dat ze denkt de Messias gevonden te hebben. Net ontweek ze die mensen. Nu gaat ze naar hen toe met een getuigenis – “kom mee, er is iemand die alles van me weet”. Het resultaat mag er zijn! Er wordt naar haar geluisterd. En als gevolg van haar getuigenis, komen “veel Samaritanen“ tot geloof (Joh 4:39).

Heb jij zelf ooit een woord ontvangen waarvan de waarheid zo resoneert in je leven? Zo ja dan weet je wat er met je kunt gebeuren. Je voel je zo gezien, gekend, geliefd… Het is alsof je ruggengraat steviger wordt, je durft meer. Stel je voor hoe dat werkt wanneer, net zoals bij deze vrouw, je zonde onthuld wordt. En dan niet in een sfeer van verwijt maar in een sfeer van liefde.

Perspectief zoekend, valt mijn oog op het overbekende 1 Korintiërs 13. In christelijk Nederland, waarschijnlijk over de hele wereld van het christendom, herken ik een neiging om vooruit te gaan in schommelbewegingen van links naar rechts. In vele traditionele kerken waren (zijn) de geestesgaven ondergesneeuwd, of weggestreept door de theologie. In mijn eigen ontdekkingstocht neem ik een over balans beweging waar. Logisch bij de (her) ontdekking, dat deze gaven van Gods Geest toch nog voor ons in het heden bedoeld zijn, dat je overweldigend blij kan zijn met de schatkist die Hij voor ons achtergelaten heeft. En kan men gemakkelijk vergeten dat deze gaven als gereedschappen bedoeld zijn en niet als het einddoel zelf. Misbruik makend van mijn tweetaligheid, noem ik ze – tools voor Gods doel(s)en.

Wat lezen we deze tekst o zo gemakkelijk zonder te zien en te doorgronden – “al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn”. Boem! – NIETS zijn. Niets zonder liefde. Nee, er staat niet dat gaven onbelangrijk zijn, ook niet – zie je wel het enige wat van betekenis is, is de liefde. Die gaven zijn er zeker! Je laat een cadeau toch niet onuitgepakt! Maar, op een dag zullen ze echt wel verdwijnen. Ze verdienen beoefend te worden uit liefde en het is de liefde die blijft en wat eeuwig betekenis zal hebben. Lees maar: “Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan – want ons kennen schiet te kort en ons profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen… maar de liefde zal nooit vergaan”.

Ik denk terug aan de vrouw bij de bron – wat een verademing die houding van Jezus – Hij laat meer zien hier dan ik ooit oog voor had.

Ken je dat Elia gevoel?

Dat – ik heb er alles aan gedaan en nu snap ik er niets meer van moment? Zoiets beleefde Elia na die grandioze overwinning op de profeten van Baäl op de Berg Carmel. God had zoiets spectaculairs gedaan via Elia. Het was maar een weg, maar uiteindelijk is Zijn missie volbracht. Israël riep weer – de Heer, Hij is God! De Heer, Hij is God. Vuur uit de hemel, regen na 3 jaar droogte, een jongen opgewekt uit de dood, wonderbaarlijke spijsvermenigvuldiging, Elia’s gebed werd op indrukwekkende wijze beantwoord, hij heeft als de wind gerend voor de koning uit “door de hand van de Heer gegrepen”. Maar dan wordt Elia zelf toch weggejaagd door Koningin Jezebel…  Hij gaat een dagreis de woestijn in, knalt op de grond neer en wil eigenlijk wel dood. Nu is het genoeg!  Ken je dat? Dekbed over je hoofd, lamp uit – adios amigos! Ik ben er even niet!

Hoe reageerde God hierop? Ik had Elia een por gegeven – kom op, wees een vent! Na alles wat jij meegemaakt heb, ga je nu toch niet inzakken?! Maar God stuurde een engel die eten en drinken brengt en de engel “raakte hem aan”. Geen verwijt – je bent een aansteller! Totaal niet. Wel slaap in de schaduw, wakker worden met de geur van vers gebakken brood op kooltjes en een fles water in een hete woestijn. Tot twee keer toe. God zorgt, maar laat Zich niet gelijk zien. Eerst komt er een reis van 40 dagen.

Waar zou Elia allemaal aan gedacht hebben in die 40 dagen en 40 nachten? Steeds hetzelfde blijkt het. Want bij navraag aan het einde van zijn reis, in een grot bij de berg Horeb, vertelde hij van zijn volle inzet voor de Heer, van de ellendige ontrouw van de Israëlieten, en dat hij nu als enige profeet opgejaagd was en vreest voor zijn leven…. Het was ook niet niets.

God vraagt hem om naar buiten te komen. Daar krijgt Elia een heel schouwspel te zien, hevige wind en aardbeving, vuur en dan “het gefluister van een zachte bries”…heb je je ooit afgevraagd waarom God juist daarin zit? Zonder al te veel diepe betekenissen onderzocht te hebben, heb ik het idee, dat Elia toe was aan tederheid. Dat vuur en natuurgeweld had hij al gezien, nu is hij uitgeput, bang en wil stoppen. Het valt me op dat God dan naar hem toekomt in zachtheid. Geen natuurgeweld meer. God komt bij hem binnen, via een stem als zachte bries. Daar was Elia aan toe, hij was nota bene, over zijn toeren geraakt.

Het hele verhaal komt weer wanneer hij met God spreekt en het is oké. Hij hoeft maar drie dingen te doen nog voordat hij afzwaait. God duwt Elia niet over Zijn grenzen heen. Hij komt hem tegemoet. Het was een kind van Hem, bezig om Zijn opdracht uit te voeren in gehoorzaamheid.

Zo’n God hebben wij. Een God die ons geeft wat we nodig hebben. Over het algemeen breekt Hij niet in, je moet Hem wel vragen, Elia moest naar de ingang van de grot toelopen en toen sprak God. Maar soms zoekt Hij ons gewoon op, Hij weet ons te vinden, onder bremstruiken, dekbedden, in duisternis, “voorbij de verste zee” (PS 139:9) Het lukt ons niet om aan Zijn aandacht te ontsnappen (PS 139:7). Gelukkig.

“Doorgrond mij God en ken mijn hart, peil mij, weet wat mij kwelt, zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij over de weg die eeuwig is”. Ps 139:23-24[/su_spoiler]